• Waarom het soms beter is te wachten met traumaverwerking tijdens juridische procedures

  • Waarom het soms beter is te wachten met traumaverwerking tijdens juridische procedures

    Wanneer je verwikkeld bent in een strafrechtelijke of burgerlijke procedure — bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige — heeft dat vaak een diepe impact op je emotioneel evenwicht. Je leeft mogelijk in een constante staat van spanning, onzekerheid of herbeleving. Het is dan ook volkomen begrijpelijk dat je tegelijk verlangt naar psychische verlichting of traumaverwerking.

    Toch is het niet altijd veilig of effectief om tijdens een juridische procedure actief te starten met traumaverwerking (zoals EMDR of andere verwerkingsgerichte therapieën).
    De reden? Omdat juridische en psychologische processen fundamenteel verschillend functioneren — en elkaar zelfs (volledig) kunnen ondermijnen.

    Rechtbanken en de versterking van slachtofferschap

    Rechtbanken opereren binnen een binair systeem: dader versus slachtoffer, schuld versus onschuld, feiten versus emotie. Binnen die logica wordt van jou verwacht dat je je blijft positioneren als slachtoffer, om geloofwaardig te blijven.

    Psychologisch gezien is dat niet zonder risico:
    • Je blijft herhalen en herbevestigen wat je is aangedaan.
    • De identificatie met het trauma wordt versterkt / geherinitieerd, in plaats van losgelaten.
    • Er is weinig ruimte voor nuance, ambivalentie of herstel.
    • Je blijft emotioneel verbonden aan de dader of het systeem – en dus energetisch “verstrikt” in de onrechtstructuur.

    In therapie streven we precies het omgekeerde na:
    • Herstel van je innerlijke autonomie, zelfregie en verbondenheid met jezelf.
    • Loskomen van de identificatie met het slachtofferschap – zonder te ontkennen wat je hebt meegemaakt.
    • Zachte beweging richting heling, betekenisgeving en nieuwe kracht.

    Gevolgen van juridische procedures op Psychotherapie. 

    Lopende of recente juridische procedures kunnen een grote impact hebben op psychotherapeutische trajecten, met name bij traumaverwerking. Ze kunnen onder meer:

    • De noodzakelijke stabilisatiefase verstoren of (volledig) ondermijnen, waardoor verwerking tijdelijk onmogelijk wordt;
    • Leiden tot hertraumatisering of emotionele stagnatie, zeker wanneer het trauma telkens opnieuw benoemd of juridisch bevraagd wordt;
    • Een blijvend gevoel van onveiligheid oproepen, vooral bij (in)direct contact met de dader(s), bedreiging van fysieke veiligheid of gerechtelijke instanties.

    Om die reden wordt in deze praktijk bewust gekozen om pas met actieve traumaverwerking te starten of verder te gaan nadat de juridische procedure afgerond is, en er voldoende psychische en fysieke veiligheid is.

    Tot die tijd ligt de focus op stabilisatie, versterking van draagkracht en ondersteuning, voor zover dit haalbaar is binnen mijn mogelijkheden als ambulant hulpverlener. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt er geen therapeutisch traject opgestart zolang psychische en fysieke veiligheid niet voldoende gegarandeerd zijn.